De gezondheidszorg in beweging
Op weg naar een verzorgingsstaat
De gezondheidszorg blijft volop in beweging. Ook al blijft de overheid een bepaalde spilfunctie vervullen. Onder andere artikel 22 van de Grondwet rechtvaardigt deze spilfunctie. In het eerste lid van dit artikel staat dat de overheid maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid treft. Hoe de overheid dat doet wordt door tijd en omstandigheden bepaald.
Artikel 22 van de Grondwet vormt met de andere in 1983 opgenomen zogenoemde sociale grondrechten het sluitstuk van de ontwikkeling van een meer afstandelijke rechtsstaat naar een verzorgingsstaat waarin de burgers meer op elkaar betrokken werden. De gezondheidszorg maakt wezenlijk deel uit van deze ontwikkeling. Van een stelsel geschoeid op charitatieve, christelijke uitgangspunten heeft de gezondheidszorg zich ontwikkeld naar een door de overheid aan te sturen zorgstelsel.
De bepaling dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid is van meet af aan in drie deelaspecten uitgewerkt:
a. er moet gewerkt worden aan een goede kwaliteit van zorg;
b. de zorg moet functioneel en geografische bereikbaar zijn;
c. de zorg moet financieel bereikbaar zijn.
De overheid wordt in eerste instantie voor deze drie deelaspecten verantwoordelijk gehouden.
Op weg naar een passende zorgmarkt
De Grondwet van 1983 was nog niet van kracht of er ontspon zich een discussie over de grenzen van de verzorgingsstaat. Steeds meer deskundigen stelden dat de verzorgingsstaat zijn grenzen had bereikt. Deze discussie had in ieder geval betrekking op de ethische en vooral financiële grenzen van de zorg.
Wat betreft de ethische grenzen ontwikkelde zich het inzicht dat niet alles wat technisch gezien mogelijk was in de medische zorg ook daadwerkelijk onder alle omstandigheden moest worden uitgevoerd.
Wat betreft de financiële grenzen werd de overheid geconfronteerd met de financiële gevolgen van een uitdijend zorgstelsel gebaseerd op een open-eindfinanciering (wat gedaan werd, werd ook betaald). Het zorgstelsel was bureaucratisch, onoverzichtelijk en duur geworden. De overheidsbemoeienis was ‘doorgeschoten’ en een gedeeltelijk terugtreden van de overheid en dus ook het inkrimpen van overheidsregels bleek noodzakelijk. De vraag was wel hoe ver de overheid met dit terugtreden mocht gaan. Zij wilde vasthouden aan de drie eerder genoemde deelaspecten (kwaliteit van zorg, functionele/geografische en financiële toegankelijkheid). Die deelaspecten zijn nog steeds van belang.
De ideeën over hoe de zorg georganiseerd moet worden zijn inmiddels ingrijpend veranderd in de richting van meer marktwerking in de zorg. Er wordt in dit verband zelfs wel gesproken over een verschuiving in de manier van kijken naar de gezondheidszorg. De zorg wordt niet langer bezien vanuit het idee van de verzorgingsstaat, maar veel meer vanuit een marktmodel waarbij cliënten, aanbieders en financiers hun eigen verantwoordelijkheden hebben.
Dit proces kan natuurlijk niet buiten de overheid omgaan. De overheid blijft (eind)verantwoordelijk voor de kwaliteit, geografische/functionele toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. We zien wel dat de effectuering van het recht op behandeling meer afhankelijk is geworden van spelers binnen het zorgveld. Er heeft zich een verschuiving voorgedaan van verantwoordelijkheden van de overheid naar de spelers in het zorgveld.
Deze verschuiving heeft inmiddels in de wetgeving gestalte gekregen.
Op weg naar nieuwe wetgeving
De beschreven verschuiving vraagt om een gezondheidszorg die voor cliënten inzichtelijk is, zodat cliënten zo goed mogelijk keuzes zouden kunnen maken.
Het kabinet heeft hiervoor een nieuwe wet cliëntenrechten zorg aangekondigd. Het gaat hier om een omvangrijk wetsvoorstel, waarvan het de bedoeling is dat het een groot aantal wettelijke regelingen vervangt (waaronder de Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst (grotendeels), de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector, de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen en de Wet Kwaliteit Zorginstellingen).
Daarnaast heeft het kabinet nog andere nieuwe wetgeving aangekondigd, waaronder:
- De Wet zorg en dwang vervangt deels de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (momenteel nog een wetsvoorstel). De nieuwe Wet zorg en dwang zal voor de psycho-geriatrie en de verstandelijk gehandicaptenzorg gaan gelden;
- De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg vervangt de Wet BOPZ voor wat betreft de psychiatrie (momenteel nog een wetsvoorstel ;
- De Wet op het elektronisch patiëntendossier (ligt nu bij Eerste Kamer).
Ook de Wet Beroepen in de Gezondheidszorg en de daaruit voortvloeiende regelingen zijn op onderdelen aangepast aan de doorgaande ontwikkelingen in de praktijk. We denken hierbij aan de invoering van de herregistratie voor verpleegkundigen, verloskundigen en fysiotherapeuten. En ook aan de ontwikkeling met betrekking tot de invoering van verpleegkundig specialist.
De gezondheidszorg blijft dus in beweging en de wetgeving wordt hierop aangepast.
Het Juridisch Adviesbureau Gezondheidszorg wil cliënten en zorginstellingen bijstaan bij de toepassing van al deze wetten in de dagelijkse gezondheidszorg.